10.08.2009

LITERATUUR JA - Noorderzon, het Groninger festival voor internationale performancekunst, heeft sinds vorig jaar een serieuze literaire programmering. Bij Literaturia, alle avonden van het festival in de Berekuil, staan om resp. 20:30, 21:30 en 22:30 uur schrijvers op de Bühne met voorstellingen van zeer uiteenlopende aard.

Anneke Claus bewerkte de essays, dagboeken en briefwisselingen van Charles Baudelaire (1821-1861) tot een monoloog U bent de Meerderheid, die ze op zondag 23 augustus om 22:30 met componist Renger Koning opvoert.

Baudelaire werd wereldberoemd met zijn decadente verzen, maar zijn kritische werk is zelfs voor veel liefhebbers van zijn poezie onbekend. Spijtig, vindt Claus. De essayist Baudelaire mag breedsprakig zijn, hooghartig en inconsequent, er valt ook veel te lachen. En waar hij de analyse op de vierkante millimeter overstijgt, toont hij zich een scherp observator van zijn tijdsgewricht, het Fin de Siecle. Meer over de voorstelling is te lezen in dit interview van online tijdschrift De Optimist.

Woensdag 26 en donderdag 27 augustus is Anneke in de Groninger Forum Container op het festivalterrein van Noorderzon te vinden, tegenover Jantje zag eens pruimen hangen. Ze leest daar een gedicht voor over het omstreden Forum. Rense Sinkgraven en Ronald Ohlsen zijn ook van de partij.


* * *

A priori

Op de computeranimatie
staat tot uw verbazing
de voordeur wijdopen.

U zweeft binnen als het ware.
Lichtbakens veelvoud. Iedereen is er al.

Hangjeugd op de trap, dikke Frans
van het filmtheater, duiven koerend, levensecht.

Volgt een opwaartse beweging.
Door talloze onzichtbare handen gedragen
naar het dak. Wereld aan uw voeten.

Nu zwenkt de camera.
U bent bezweken. Denkt u zich eens in.
Zelfs dat hebben ze voor u bedacht.



* * *

RECHTEN, rechten en nog eens rechten. Iedereen heeft het steeds maar over rechten. Over wat je mag, om precies te zijn. Als burger. Als rechtgeaard Fransman. Als inwoner van de Republiek.

Mensenrechten dus. Maar, mijne heren – bij de dames kom ik later terug – in al die agenda's, in al die nobele opsommingen van Vrijheid en Broederschap en Patati en Patata wordt er steeds één kapitaal belang over het hoofd gezien, een onvervreemdbaar recht, waar iedereen belang bij heeft, waarvoor je als het moest de Bastille opnieuw zou bestormen, nietwaar, ik heb het natuurlijk over het recht, voor kunstenaars is het trouwens haast een plicht, maar dat terzijde, het recht mijne heren, sorry dames, het recht om zichzelf overal en te allen tijde tegen te spreken.

Baudelaire, Charles. Aanvankelijk zonder eind-E. Baudelaire bedoel ik. Op R. Air. Geboren 1821 te Parijs, vandaag op de kop af eenendertig jaar geleden. U brengt mij in grote verlegenheid, beste Watripon; wat bedoelt u precies met Biografische Noten? Moet daar soms in staan dat ik opgroeide tussen Lodewijk de Zestiende-meubilair, omringd door consuls en pasteltekeningen. Dat ik een bleek en somber ventje was dat op het College de Lyon met zijn leraren op de vuist ging. Dat ik van kinds af aan een zwak had voor beeldende kunst en mijn interesse voor de vrouwtjes al vroeg gewekt was. Dat lange tijd geen hoofdredacteur van wat voor krant dan ook van mijn stukken wilde weten - kunstkritiek wat is dat. Dat ik me altijd gelijktijdig heb beziggehouden met filosofie en de schoonheid van poëzie en proza. Of vraagt u naar mijn werk, wilt u lijstjes zien. Wel, die balans is snel opgemaakt. Tot nog toe verschenen van mijn hand vooral losse artikelen, en hier en daar een treurig gedicht.

Later, daar kun je gif op innemen, zal mijn naam zich als een inktvlek over de poëzieschappen van Frankrijk, Europa en de wereld verspreiden, zullen mijn manuscripten tot en met mijn essays, mijn briefwisselingen en mijn dagboeken, werkelijk elke scheet die ik op papier zette in de meest onbegrijpelijke brabbeltaaltjes worden vertaald, zal een, laten we zeggen Nederlandse Uitgever met een voorkeur voor curieuze geschriften, we noemen hem voor de grap Voetnoot, zoiets als mijn Advies aan de Beginnende Schrijver in schattige roze met bruin gekleurde volumetjes voor bodemprijzen aan de man brengen, als ware het een zakbijbel, en de Hollanders zullen het kopen, en lezen, en koesteren en op hun hart dragen, wie wil er nu niet schrijven als Baudelaire, de grote dichter, de ronkende prozaïst, de vlijmscherpe criticus, de bijtende jounalist? Maar dat is later, over een eeuw of anderhalf. Helaas, dan ben ik verhinderd, want reeds lang voordien jong, berooid en ellendig aan mijn eind gekomen, zoals echte helden dat doen.

Waar waren we. Het recht, het recht om zichzelf tegen te spreken, altijd en waar dan ook.

O minnares, die mij betovert met uw bleke vlees, uw zwartgolvende haar dat ruikt naar verre vreemde kusten! Satanisch wezen.

Die zich gracieus beweegt gelijk een kat, volgens dezelfde ondoorgrondelijke patronen! Nogal wiedes, als je alleen een lichaam hebt valt er weinig te doorgronden.

O zuster in zoete zonde, die mij genot en wroeging bezorgt in één en hetzelfde gebaar! Heeft de vrouw honger, wil ze eten. Dorst, dan drinkt ze. Is ze heet, dan wil ze gepakt worden. De vrouw is natúúrlijk. Gefeliciteerd! Ik ken een ander fraai woord met dezelfde strekking: weerzinwekkend.

De mens is in wezen dubbel. Daarom aanbidt hij alles wat dubbel is. Ben ik nog een beetje te volgen, heren. Zeg mij: als u van een vrouw houdt, wat is u dan het liefste: uw verslaving aan haar of de wetenschap dat zij in feite een domme gans is? U lacht. Maar waarom lacht u eigenlijk precies. Om u van de beesten te onderscheiden, of uit angst voor uw almachtige Schepper, dat wil zeggen uit superioriteits- of uit minderwaardigheidsgevoel, of misschien een beetje van allebei. En als u iets mooi vindt, is dat dan omdat het u met vreugde vervult als u ernaar kijkt of omdat het pijn doet aan uw ogen en u weet dat niets van waarde blijft. Nog ingewikkelder: wat is er eigenlijk mooier, een bloem of een kadaver dat groen oplicht in de nacht?

Ha! Ik ben de beul en het slachtoffer, de klap en de wang. Zuivere motieven bestaan niet. Wie om het hardst roept dat de doodstraf afgeschaft moet worden, en dat zijn er nogal wat de laatste tijd, heeft daar ongetwijfeld zelf enig belang bij. Ik kan u wel verklappen dat guillotineurs vooraan staan in de strijd voor menswaardigheid en modernisering. Sta me toe dat ik hun motivatie even voor u samenvat: Ik mag jou wel de kop afhakken, als jij maar met je fikken van die van mij afblijft. Met de grapjassen die de Ziel willen afschaffen, de Materialisten zeg maar, is het al net zo. Natuurlijk is dat gajes zijn ziel liever kwijt dan rijk, ze zouden wel gek zijn vrijwillig voor een enkeltje Hel te tekenen. Geen leven na de dood, zeg nou zelf, da's toch het paradijs voor elke luilak.

(U bent de meerderheid, Eerste Bedrijf). Interesse voor de complete tekst? Mail mij en ik stuur hem je toe.




   SLUITEN >>