02.02.2012

TABULA RASA. Schoon schip maken, het verleden uitvlakken en de toekomst herschrijven, dat willen we allemaal wel eens als het niet goed met ons gaat. Ik ga naar Oslo, August 31st, een film van Joachim Trier die gebaseerd is op een roman van Pierre Drieu La Rochelle uit 1931, Le feu follet (The fire within). Niet gelezen. In 1963 al verfilmnoird door niemand minder dan Louis Malle. Niet gezien.

Al googelend kom ik te weten dat zowel Malle als Trier de handeling van het boek vrij trouw volgen. Ze plaatsen hem vooral in een andere tijd: de hunne. En Trier verwisselt het oorspronkelijke Parijse decor voor de straten van Oslo, kouder en grauwer.

Anders, die net als Drieu's romanpersonage Alain op het punt staat zijn afkickprogramma af te ronden, loopt verloren in die straten rond. Hij is een dag in de stad om te solliciteren naar een redacteurspost bij een tijdschrift en om familie en vrienden op te zoeken. Clean als hij is zou hij zich herboren moeten voelen, maar waar hij ook gaat, de mensen blijven hem zien als het onverantwoordelijke en onbetrouwbare stuk vreten dat hij was toen ze hem naar de kliniek afvoerden. Junkieverdriet. Als zijn sollicitatie jammerlijk mislukt, zijn exvriendin weigert zijn telefoontjes te beantwoorden en zijn zus te bang blijkt om hem onder ogen te komen, weet Anders het zeker: dat schone schip waar ze het bij de rehab over hebben bestaat niet. Je wordt beter.. alles komt goed.. Maar het komt niet goed, en dat weet je. Je oude ik heb je uitgewist, en een kans om jezelf opnieuw uit te vinden krijg je niet. Wat let je om je opnieuw in de vergetelheid te storten?

Decadent is het woord dat zich als eerste opdringt. Anders is een zoon van gegoede burgers, cultureel onderlegd en liberaal. Ze hebben hem geen strobreed in de weg gelegd een vrij en zorgeloos bestaan te leiden in de intellectuele bovenklasse van welvarend Noorwegen. Hij doet het goed bij de meisjes, is rap van de tongriem gesneden en was een eersteklas student. Toch verzoop hij erin, in al die vrijheid. Blijft hij erin verzuipen.

Drieu La Rochelle, zoon van een stel door de vooroorlogse economische crisis verarmde middenstanders, pleegde zelfmoord in 1945. In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog verklaarde hij zich achtereenvolgens nationalist, liberaal, socialist, anarchist, anti-antisemiet en pro-nazi. Na de bevrijding weigerde hij te vluchten of bij vrienden onder te duiken. Sterven leek de enige uitweg uit het onmogelijke pakket waarin hij zichzelf gemanoeuvreerd had. Drieu's tweeslachtige houding jegens de burgerlijke moraal die Europa de crisis en de oorlog in had gestort en zijn verlangen te breken met de faljiete boedel van zijn ouderlijk huis om een glorieuze nieuwe toekomst tegemoet te gaan waarin alles opnieuw kon beginnen, klinken helder door in Triers 21e-eeuwse epos. Malle koos destijds melancholisch Satie voor de soundtrack, de Deen laat zowel klassiek als pop klinken. A-ha, Daft Punk en Glass Candy stampen het koel gefilmde drama er genadeloos in. Tabula rasa.. morgen wellicht, vandaag zeker niet.

Gesproken Column IFFR IG Talkshow, 02.02.2012




   SLUITEN >>