23.11.2011

BOO - Er is niets veranderd sinds Roodkapje, zei Alfred Hitchcock in 1964. De dingen waar mensen vandaag de dag bang voor zijn, zijn precies dezelfde als die waar ze gisteren bang voor waren. Op een leeg NNT- podium, voor een zwart projectiescherm, staat Thomas Dudiewicz zwijgend en met een bezeten blik in zijn ietwat uitpuilende ogen de zaal in te kijken.

De stilte is onaangenaam. Het publiek gniffelt en schuifelt met toenemend volume heen en weer op zijn stoelen. Als we het bijna niet meer houden, doet de acteur zijn mond open.

The middle of nowhere, zegt hij nadrukkelijk. Dat is waar zijn bijna twee uur durende monoloog Bobby Baxter begint. In een zwartgeblakerd niemands- land, waar ooit een bos lag. En een dorp, Hamstraten geheten. Een dorp zoals we dat allemaal wel kennen. Er was een kerk, een hondenkennel, een meertje met een paar kleedhokjes, een supermarkt en een winkel van sinkel. In het dorp woonden zes mensen. De oude priester en zijn vrouw, de leraar die de winkel van sinkel bestiert, de jeugdige supermarkteigenaar, de gees- telijk minder bedeelde hondenkennelhouder en zijn bloedmooie vriendin. Zo'n plek waar je nooit meer vandaan hoeft als je er geboren bent (want alles is er al) en niet meer weg wilt als je er je vakantie bent doorgebracht (want er is precies genoeg). Veel valt er niet te beleven, maar de mensen hebben het er goed. Herstel, hadden het er goed.

Het zijn de basisingredienten voor elk horrorsprookje, en Dudkiewicz kent zijn klassiekers. Grimm, Hitchcock, King, Burton en Anders Thomas Jensen, ze passeren een voor een de revue in dit spletterepos dat zich langzaam en dreigend ontvouwt. Om het kwartier verlaat de acteur het podium om van outfit en perspectief te wisselen. Zijn vlekkeloos Britse vertelstem wisselt hij af met verschillende accenten. De leraar heeft Duitse roots, de priester Spaanse, de bevallige jongedame hijgt Frans (wij zuchten), de hondenfluisteraar bauwt als een Texas olieboer. Waar de vrouwen enigzins buiten schot blijven, blijkt bij de mannen al gauw zacht gezegd een steekje los te zitten. Bij allemaal, op een na: de argeloze Ierse vakantieganger die er als eerste aan moet geloven nadat hij in een dronken bui aan het meisje heeft gezeten en de vrouw van de priester heeft overreden. Het is geen goed idee om in het verkeerde verhaal voor vreemd element te spelen. Maar welk verhaal is dat eigenlijk, het verkeerde verhaal? De verschillende personages spreken elkaar dusdanig tegen dat je je hoe langer hoe sterker afvraagt of hier niet een doodordinair postmodern spelletje met je wordt gespeeld.

De opeenstapeling van clichees is indrukwekkend, soms hilarisch, soms flauw. Niettemin overtuigt de 22 lentes jonge Dudkiewicz met zijn verpletterende podiumpresence en zijn perfecte gevoel voor taal en timing. Als hij in de niet geheel onverwachte grootse ontknoping plechtig alle gebaren herhaalt waarmee hij zijn relaas in de loop van de voorstelling ondersteund heeft, gaat de zaal plat. Strelen, meppen, wurgen, wodka atten. Vaarwel Marcel Marceau, met je vlindertje en je glazen kooi.

RADIO JONGE HARTEN #23 november 2011


   SLUITEN >>