21.11.2011

TRIPPY - Drie dansvoorstellingen achtereen, dat klinkt een beetje als een avond MTV kijken. Gelukkig wisselen we tijdens Danstrip tweemaal van locatie, zodat de ene beeldenstorm kan bezinken terwijl de volgende in de coulissen op ons wacht. Als zappen altijd zo bedeesd kon, sloot ik mijn TV weer aan.

Nadat het zaallicht in het Kruithuis gedoofd is zitten we eerst een minuut lang naar een gelukskatje te kijken. Het staat voor een projectiescherm op een kistje naar ons te zwaaien. Dan licht het scherm op en verschijnt een reuzengelukskat, die melig met de eerste meewuift. Een grommende Aziatische mannenstem kondigt de sterren van de avond aan. Het zijn Vanja Rukavina en Karel van Laere, onze vleesgeworden manga-bokkodansers. In een vijftien minuten durende oogverblindende en oorverdovende mix van neonkleurige commercials, Dragon Ball Z-fragmenten en stampende beats zweten ze hun zwarte maatpakken nat. Dance dance dance. Het is een gimmick, maar wel een retestrak uitgevoerde gimmick. Vooral Rukavina's furieuze blik intimideert. Die wil je niet in een donker steegje tegenkomen.

Bij Grand Theatre worden we via de achteringang binnengeloodst. We klimmen door het stalen trappenhuis omhoog en drommen samen in de keuken. Daniel Linenhan is er nog niet helemaal klaar voor, aldus de stage manager. We bestuderen de messen aan de muur. Kijk, zegt iemand. Een potje speculoos.

Linenhan verklaart om te beginnen de titel. Een zombie is een levende dode en aporie is een staat van besluiteloosheid, vandaar Zombie Aporia. We moeten het ermee doen. Linenhans zombies bewegen ietwat soepeler dan we van hun soort gewend zijn. Ze hebben ook beduidend meer noten op hun zang. Toch gaat het ademen, bewegen en leven ze niet makkelijk af. Met geknepen stemmen zingen ze over hun lichaam, het enige lichaam dat ze hebben, over hun dromen en verwachtingen en over de wereld die te koop is en almaar sneller gaat. Met enige regelmaat happen ze naar lucht en kronkelen spastisch met hun slappe ledematen. De camera die Linenhan aan zijn T-shirt heeft vastgemaakt registreert een lege tribune. Hij is, wij zijn er eigenlijk al niet meer.

Via de foyer, waar het feestgedruis van het festival onverstoorbaar voortduurt, betreden we de bovenzaal voor Martin Harriague's Of suits, spots & fur. Uit een deur achterop het podium stroomt theatraal licht, en uit dat licht kruipt een gezelschap dat niet misstaan had in een Fellinifilm. Een hysterisch bebrilde showmaster, een schandknaap en twee in panterprint gestoken meesteressen worden voortgetrokken door een fluffy seksslaaf. Ze dansen de dans van de geilheid en de jungle, op de opzwepende muziek die daarbij hoort. Met als slotakkoord een romantisch natuur-ingangetje, waarbij een eenzame danser zijn armen spreidt en de zuivere lucht van het oerbos met volle teugen in zich opzuigt.

Een trip is veel en in dit geval is veel ook lekker. De kater bleef niet uit.

RADIO JONGE HARTEN #21 november 2011



   SLUITEN >>