20.04.2011

EL MILAGRO DE LOS ANDES - Ik zat op een bijzondere school. Elke maandagmorgen rond een uur of elf begon het te kraken in de intercom naast het bord. Dan legden wij onze pennen neer en vouwden onze armen over elkaar voor de weekopening met stichtelijke teksten van rector B, die de Bijbel er niet eens bij hoefde te pakken om correct te citeren.

Een enkeling luisterde aandachtig, terwijl de heidense meerderheid wegdommelde of met groeiende onrust uit het raam keek, naar het lege schoolplein dat om verveelde pubers smeekte.

Dat ging jaren zo. Totdat de Belangenorganisatie Leerlingen (BOL) zich begon te roeren en er een kleine revolutie uitbrak in de schoolbanken. Binnen de kortste keren werd de katholieke zender overgenomen door mondige jongelui die onder luid applaus wapenfeit na wapenfeit presenteerden. Het begon ogenschijnlijk bescheiden, met de afschaffing van het gymnastiekuniform. Daarna sneuvelden alras de heilige Paas- en de Kerstviering, waarin de balans tussen lering en vermaak volgens de BOL lichtelijk doorsloeg naar de lering met het vingertje. Die lering, zo redeneerden de voorvechters van het nieuwe geloof, konden wij ook wel trekken uit boeken die niet tweeduizend jaar geleden geschreven waren. En uit films. Heel veel films. De eindexamenband tetterde triomfantelijk door de luisprekers. Onze eigen filmmarathon was een feit.

We waren in drommen naar de eerste editie gekomen. Die had maar liefst tien titels op het programma staan. Van arthouse hadden we nog nooit gehoord. Overweldigd door het aanbod liet ik me door een vriend meeslepen naar Alive. Halverwege de 124 minuten betrapte ik me erop dat ik in het verduisterde tekenlokaal om me heen zat te kijken of de anderen dit ook net zo saai vonden als de Kerstviering. Wat, gezien het gruwelijke verhaal dat de film vertelde, best een prestatie was van regisseur Frank Marshall. Je ziet per slot van rekening niet alle dagen een groep mensen in de Andes neerstorten en elkaar van pure uithongering oppeuzelen. 'En jongens en meisjes, wat hebben jullie hier nu van geleerd?' 'Dat zelfs honderd jammerende violen niet kunnen verbloemen dat er waardeloos geacteerd wordt, M'neer!'

Toen ik een kleine tien jaar later op mijn studentenkamer de TV aanzette en de eerste beelden van Stranded: I Have Come from a Plane That Crashed on the Mountains zag, weerhield iets me ervan om gelijk door te zappen. Dat bleek een goede zaak. Regisseur Gonzalo Arijen heeft zijn documentaire over de inmiddels pensioengerechtigde overlevenden van het vliegtuigongeluk gelardeerd met gedramatiseerde scenes, maar het onvermijdelijke sentiment functioneert bij hem niet als bliksemafleider. Een paar mannen krijgen het te kwaad wanneer ze vertellen over het opeten van de doden, de meesten zeggen dat ieder ander in hun plaats hetzelfde zou hebben gedaan. En stuk voor stuk zijn ze ervan overtuigd dat ze hun leven danken aan de mystieke katholieke God van Latijns Amerika.

Er zijn zeven films en twee boeken gewijd aan de het fatale ongeluk van Uruguayan Air Force Flight 571 (1972). De overweldigende media-aandacht voor het incident leverde de overlevenden de status van internationale beroemdheid en rampenervaringsdeskundige op. Toen vorig jaar in Copiapo (Chili) een groep mijnwerkers gedurende negenenzestig dagen vast kwam te zitten in een ingestorte schacht, betuigden de pensionado's publiekelijk hun medeleven met de onfortuinlijke kompels. El Milagro de los Andes (Het wonder van de Andes) staat in het collectieve geheugen gegrift als een mythisch voorbeeld van de menselijke overlevingsdrift, hoorde ik een andere deskundige onlangs op de radio zeggen. Het is zo'n verhaal dat ons wil vertellen dat je in extreme situaties je morele oordeel op moet schorten.

Wat heet. In de Deense horrorkomedie The Green Butchers voert Anders Thomas Jensen een man op die een vliegtuigcrash overleefde door zijn dode vrouw Grethe op te eten. Hij is er filosofisch onder: Ze leeft nog steeds in mij. De Franse toneelschrijver Michel Vinaver, ook niet vies van een geintje, laat de overlevenden van een vliegtuigcrash in l'Ordinaire naast het wrak in een pan soep roeren. Zegt de een tegen de ander: Hee, is dat niet het oog van mevrouw zo-en-zo? Antwoordt de ander: Nee, want die had blauwe ogen.

Beste Frank Marshall, Mijnheer de rector, zij waren van mening dat er ook om gelachen mocht worden.


Verakrant #8, APR 2011



   SLUITEN >>