15.04.2011

VAN KATOEN - Halverwege de slechtste voorstelling van het theaterseizoen staat Duitser Klaus onder een helle spot met een biljet in zijn handen. Zweet gutst van zijn gezicht. Geld, legt Klaus uit met de stem van een ijlende koortslijder, is iets prachtigs. Je moet het koesteren en aaien, je moet ervan houden.

Het is ook zo mooi gemaakt. Het kan haast niet kapot. Dat komt omdat het van katoen is. Heeft u ook geld? Ja, antwoordt een man met een snor op de eerste rij. Ik heb ook geld.

Terwijl Klaus de man uithoort over zijn geld, sluipt een uit House of 1000 corpses ontsnapte clown met getrokken mes naderbij. Ssst, zegt Klaus geergerd als hij hem eindelijk opmerkt. Je ziet toch dat ik bezig ben.

Hier haak ik af. Goed dan, hebzucht maakt blind, maar om het er daarom gelijk visueel driedubbeldik bovenop te leggen gaat mij wat ver. Oom Dagobert en de Zware Jongens kende ik al. Van Bambie verwacht ik iets meer.

Dan denk ik aan het evaluatieformulier. Voordat ik de zaal binnenging heb ik een studente KCM beloofd een evaluatieformulier in te vullen. Het formulier staat online. Ik weet al hoe het eruit ziet, ik heb eerder een voorstelling geevalueerd. De KCM-studenten doen onderzoek naar het gemiddelde enthousiasme van het theaterpubliek en naar hun gemiddelde beweegredenen om naar een voorstelling te komen. Ze willen ook weten of je, als je de voorstelling naadje pet vond, alsnog een leuke avond in het theater hebt gehad met vrienden en/of bekenden.

Vooruit, ik ben naar het toneelstuk gekomen omdat het onderwerp me op een schaal van een tot en met zes met een waardering van maar liefst zes punten aansprak en omdat ik al eerder iets van dit gezelschap zag dat ik, in weerwil van mijn hartgrondige afkeer van mimetheater, op diezelfde schaal met minstens vijf punten zou waarderen. Vanavond kwam ik bedrogen uit. Toch heeft het iets armoedigs om mijn waardering voor de acteerprestaties van Klaus en kornuiten vast te leggen in een schaal van een tot en met zes.

Na afloop zie ik Klaus en de horroreske clown in de foyer energiek met enkele toeschouwers praten. Ze lachen en maken grote gebaren. Gemimed mimetheater, alsof je een olifant een muis ziet nadoen. Als cultuur zo plat was als een dubbeltje, jongens, denk ik, kregen jullie van mij een een. Maar zoveel heeft marktonderzoek voorlopig nog lang niet uitgewezen.

Grandkrant #5, APR 2011


   SLUITEN >>