14.03.2011

CONFITURE DE CHEVAL - Hits zijn lastig te voorspellen. Toen ik een jaar of acht was kon ik als geen ander een paard nadoen. Dat werd een hit. Op kinderfeestjes brieste en hinnikte ik dat het een lieve lust was. Het klonk heel naturel. Er volgde applaus, mijn klasgenoten rolden over de grond van het lachen.

Na een tijdje was de lol er voor mij wel vanaf. Het kunstje begon iets van een circusact te krijgen. Zij klakten met de zweep, ik brieste, ik wist allang dat ik kon briesen, zij wisten het ook, konden we nu in jezusnaam iets nieuws verzinnen, doe zelf een keer Donald Duck na, of Tatjana, maar verzin iets. Iets. Als tijdens een ongemakkelijke stilte, de schuine moppen waren op, de blikken hoopvol mijn kant op dwaalden, speelde ik de geslagen onschuld en klemde mijn lippen stijf op elkaar. Het paard in mij was dood. Het zou nooit meer hinniken.

Het werd me niet in dank afgenomen. In het contract stond vermeld dat ik een paard nadeed, op commando, ik kon dat, de anderen niet, we waren het er allemaal over eens dat het een goeie grap was, goeie grappen verdienen het om zo vaak mogelijk herhaald te worden, een clown die weigert grappig te zijn moet geen schouderklopje van de circusdirecteur verwachten.

Ik deed niet een paard na om grappig te zijn. Ik deed een paard na omdat ik van paarden hield. Houden van is een te groot woord. Pennymeisjes hielden van paarden. Er zaten er een stuk of vijf in mijn klas. Ze waren kind aan huis in de manege, ze hadden verzorgponies die ze urenlang met ingewikkelde borstels stonden af te stoffen, ze legden vlechtjes in hun manen, ze fluisterden zoete woordjes in hun pluizige oren. Soms namen ze mij mee, reikten mij een borstel of een hoefschraper aan, deden voor hoe het moest. Dan schudde ik mijn hoofd, nee, ik kijk liever toe. Ik was als de dood voor paarden, ik vond ze schrikachtig en onpeilbaar. Stonden ze het ene moment nog dromerig op drie benen, het volgende moment stoven ze bulderend door de wei. Het was dus iets met ontzag, tegenwoordig ook wel respect.

De hele paardenimitatie-episode was in een onderbelicht deel van mijn geheugen weggezakt, totdat ik uit de feestelijke verzamelbox van het programma Hier is... Adriaan van Dis! De DVD met het befaamde Charlotte Mutsaers-interview uit 1983 tevoorschijn trok waarin zij minutenlang achterstevoren praat en, omdat de interviewer er geen genoeg van kan krijgen, als klap op de vuurpijl Van een groen groen knollenland van achteren naar voren zingt. Op de vraag hoe ze zich de zonderlinge kunst van het terugwaarts spreken eigen heeft gemaakt, antwoordt wakkere Mutsaers dat het een kwestie van dagelijkse oefening en training betreft. Want lang voordat ze als graficus achterstevoren leerde schrijven nam ze in Utrecht de tram om naar paardrijles te gaan, en in die tram leerde ze zichzelf aan om de namen van de tramhaltes andersom uit te spreken. Kijk, dacht ik terwijl de herinnering mij voor de geest doemde, er zijn dus ook circusacts die later nog handig van pas kunnen komen. Spijtig genoeg hoort hinniken daar nu net niet bij.

In oktober 2010 was de inmiddels met prijzen overladen Mutsaers te gast in Huis de Beurs. De interviewer vroeg haar of ze nog steeds zo leuk achterstevoren kon zingen. Jazeker, beaamde de schrijfster met een guitige blik in haar ogen, dat kan ik, en hield haar lippen stijf op elkaar. Volgden nog een stuk of wat onnozele vragen die ze met eenzelfde elegantie wist af te wimpelen, aleer ze het gesprek zelf in de hand nam en van wal stak over haar fascinatie voor misdaadrapporten (reuze interessant, ik pluis ze van voor tot achter uit, je wil toch voorbereid wezen als er op een goeie dag zo'n gozer met de juiste smoes en de verkeerde intenties voor je deur staat) en de wondere wereld van de beesten, in alle soorten en maten, de meest ondergewaardeerde schepsels in onze samenleving volgens Mutsaers, en tevens haar meest geliefde onderwerp.

Charlotte Mutsaers deed geen kunstje, ze deed haar credo Altijd alert blijven! eer aan en demonstreerde dat het geen kwaad kan van tijd tot tijd achterstevoren te denken. Ik twijfelde geen seconde bij de boekentafel. Paardenjam ging mee naar huis.

Verakrant #6, MRT 2011


   SLUITEN >>