07.02.2011

GAAT U HIER MAAR NAAR BINNEN - Dat het leven van een gangster niet over rozen gaat en dat Dirty Harry's behalve cool ook erg dom kunnen zijn, is algemeen goed sinds Vincent Vega voor onze eigen ogen met zijn neus in een pulp fiction-blaadje op de WC werd doodgeschoten.

In Kitano Takeshi's Outrage, gezien op IFFR Groningen, buitelen de yakuza's over elkaar heen in overtreffende trappen van onbenulligheid. De mannen van de Sanno-Kai familie en die van de rivaliserende Murase familie bestrijden elkaar op leven en dood, maar de knagende waaromvraag waar je als kijker mee blijft zitten komt geen seconde aan de orde: deze vergeldingsoorlog draait op erecodes uit een tijd en een wereld die niet meer zijn. Snijdt de een zijn vinger af om excuses te maken, zegt de ander: man, wat moeten we met die afgehakte vingers van jullie, verzin toch eens iets nieuws. Instemmend geschater in zaal vier: ik was omringd door groupies. Mij verging het lachen eerlijk gezegd vrij snel in deze tsunami van expliciet geweld. Het enige punt dat Takeshi in mijn boekje scoorde, is dat hij klip en klaar laat zien hoe machteloos de wreker is. En dat erewraak geen einde kent, maar doorgaat totdat de laatste moeizaam overeind gebleven telg zijn blauwe boon vangt. Gestorven voor de goede naam van de familie. Wat heet.

Liever had ik op groot scherm gekeken naar het eveneens op IFFR geselecteerde Poetry van Lee Chang-Dong (Zuid-Korea), waarin de gruwelijkheden buiten beeld blijven maar daardoor niet minder indringend aanwezig zijn. Mevrouw Yang, zestigplus en Alzheimerpatient, zorgt sinds zijn ouders de stad hebben verlaten voor haar kleinzoon Wook. Wook heeft foute vrienden, dat heeft mevrouw Yang haarscherp in de gaten ondanks haar troebele geheugen. Op een dag komen de vaders van de foute vrienden bijeen om serieuze zaken te bespreken en mevrouw Yang is ook uitgenodigd. Het blijkt om een een afkoopaffaire te gaan; de jongens hebben rottigheid uitgehaald, maar als er her en der wat enveloppen onder tafels worden doorgegeven zal geen haan er meer naar kraaien, menen de vaders. Mevrouw Yang is ontzet. Traag en behoedzaam toont Lee Chang-Dong het verzet van de oude vrouw, die soms meer gediend lijkt bij haar geheugenverlies dan dat ze erdoor gehinderd wordt. Sturen de vaders haar op verkenningstocht uit (dat zal indruk maken, een fragiele dame die in haar eentje voor haar kleinzoon zorgt, een gesprek van vrouw tot vrouw, een paar zorgvuldig geplaatste tranen), vergeet ze halverwege waarvoor ze ook weer gekomen was. De zon scheen zo mooi door de bomen, de abrikozen lagen er zo weerloos onder. Nooit hoor je mevrouw Yang hardop zeggen dat ze het er niet mee eens is, dat ze niet gelooft in het afkopen van schuld. Je ziet het in haar ogen.

De grootste cinematografische revelatie van de afgelopen maanden blijft Enter the void, de nieuwe van Gaspar Noe (Vera Zienema). Daarin geen afrekeningen in het hier en nu, maar een eindeloos dolende ziel die met zijn verleden in het reine probeert te komen. Wijlen de dealer aan wie deze ziel toebehoorde kreeg vlak voor hij in een obscure Japanse bar aan zijn eind kwam van een vriend het Tibetaans Dodenboek kado: moet je lezen, gaat over reincarnatie, kan goed van pas komen als je per ongeluk tegen een loop opbotst. Hij kwam er niet aan toe, door omstandigheden. Daarom weet zijn ziel de weg niet in het hiernamaals, blijft hij worstelen met schuldvragen, weet de portalen naar zijn volgende leven niet te vinden. Alles gefilmd in de fluorescerende kleuren van de LSD-trip die het Japanse nachtleven heet. Kom er eens om, zo'n perfecte fusie van vorm en inhoud.

Een goedkatholieke journalist van het Dagblad van het Noorden zag het feloranje Dodenboek op mijn keukentafel liggen. Ik geloof er niet in, zei ik iets te snel, bang om verdacht te worden van New Age-dweperij, het is meer dat ik nieuwsgierig was wat erin stond. De journalist keek mij geamuseerd aan. Ik houd niets voor onmogelijk, antwoordde hij terwijl hij kalm zijn jas en tas bijeen pakte.

Verakrant #4, FEB 2011

   SLUITEN >>