10.01.2011

PARODISSIMO - Ik geef het maar eerlijk toe: ik ken mijn klassiekers niet. Over zulke dingen kun je beter niet liegen, want je valt er geheid mee door de mand. Ik ben een cultuurjunk, maar ook een slow cooker.

Toen ik nog leeslijsten had voor mijn eindexamen en mijn studie Frans ging het rap. Zit er druk op de ketel en gaat de zweep erover, dan wil ik wel. Ik ben namelijk ook een brave leerling en een studiehoofd. Mijn eigen tempo ligt aanzienlijk lager.

Over Marquez' Honderd jaar eenzaamheid, waarvan een vriend een keer tot mijn verontwaardiging zei dat hij het zo slecht vond dat hij er letterlijk de kachel mee had aangemaakt, deed ik een figuurlijke honderd jaar. Steeds weer bleef de vuistdikke pil een week onaangeraakt op mijn nachtkastje liggen en moest ik bij wederterhandneming pagina's terugbladeren en op de bijgevoegde familiestamboom zitten puzzelen om alle Aureliano's uit elkaar te kunnen houden. Toch hield ik van dit boek en herinner ik mij details die vrienden die erover opgeven allang vergeten zijn. Ik ben een trage doch zorgvuldige consument. Ik proef goed. Als de smaak me bevalt blijft hij me lang bij. Misschien wel een leven lang.

Toch staat dit trage consumptiegedrag een brede algemene kennis enigszins in de weg. Zo kwam ik tijdens mijn studie slechts aan het eerste deel van het lijvige A la recherche du temps perdu toe, zag ik de magnifieke series Twin Peaks en Een schitterend ongeluk nooit uit en liggen De Kersenboomgaard (1904) en Madame Bovary (1856) nog steeds op de stapel van boeken-die-ik-nog-altijd-moet-lezen. Juist van die twee laatste meesterwerken zag ik het afgelopen jaar een gespeelde versie die naar ik vermoed de geschreven tekst heel dicht nadert - want de leesslak in mij gaat graag naar de bioscoop en het theater voor wat virtueel ondersteunde uitleg. Noem het luiheid, ik zeg dat het een handige manier is om mijn van nature lento ritme te ondervangen.

Op 18 december speelden 't Barre Land en Discordia dat bewuste stuk van Tsjechov in Grand Theatre. De verarmde Russische landadel serveerde cider aan het publiek, kwekte over het weer als een stel oude wijven, schmierde met maniertjes en verloor zich in overige algemeenheden om niet te hoeven zeggen hoezeer het stak dat de oude datsja verkocht moest worden aan de eerste de beste projectontwikkelaar die de oude kersenboomgaard wilde platgooien om er zomerhuisjes op te bouwen. Alles gespeeld met een distantie die van het ernstige stuk bijna een klucht maakte.

In eerste instantie voelde ik me een beetje bekocht. Namen ze de oude Tsjechov nu op de korrel of zat die spot al in het script en hadden de recensenten die ik erop nageslagen had er per ongeluk overheen gelezen? Toen herinnerde ik me Claude Chabrol's verfilming van Flaubert, met in de hoofdrol de onvolprezen ijskast Isabelle Huppert - per definitie afstandelijker dan een zoetgevooisde actrice van hetzelfde zeshoekige continent dat Frankrijk heet. Ook die visualisering van een geschreven werk, waarvan ik altijd had begrepen dat het hartverscheurend en hoogdramatisch was, had ik destijds met stijgende verbazing zitten bekijken. Ik herinnerde me niets van al die ongein uit de beschrijvingen van de dames en heren literatuurdocenten.

Scherpzinnige romans en toneelstukken schreeuwen om evenzo geestige scriptschrijvers, regisseurs en theatermakers. Er staat een schier eindeloze reeks fake-trailers van de zogenaamde verfilming van Honderd jaar eenzaamheid op YouTube - met beelden van onder anderen Gladiator en 300. Waar blijft de geslepen regisseur die dit epos van de houtkachel redt?

Verakrant #2 / JAN 2011


   SLUITEN >>