22.11.2010

LIEG IK SOMS - Hugo Claus, van wie sommige mensen denken dat hij mijn vader was, had een hekel aan vragen over zijn persoonlijk leven. Daarom beantwoordde hij ze zelden serieus. Ik ben een zigeunerkind, zei hij tegen een interviewer, vandaar dat ik zo prachtig viool speel. De volgende dag beweerde hij dat hij uit een mijnwerkersnest kwam.

Etteren over de waarheid is iets typisch calvinistisch, meende Claus. Wie biecht, kan vergeven worden. En dus gaf hij, als rechtgeaarde afvallige katholiek, de voorkeur aan een goedvertelde leugen. Ik ben romantisch, ik geloof dat je met een fabel meer vertelt.

Op 13 november was A.L. Snijders te gast in de OB Groningen. Hij werd geinterviewd door Hub Hermans, docent Romaanse cultuurkunde aan de RUG. Hermans was enigszins in verwarring over het realiteitsgehalte van Snijders' korte verhalen. Die staan namelijk tjokvol autobiografische gegevens, en zijn toch zo wonderlijk dat je nauwelijks kunt geloven dat ze echt gebeurd zijn. Hoe ontstonden die verhalen, wilde de professor weten. Snijders keek het publiek een paar seconden aan van onder zijn pluizige wenkbrauwen en antwoordde toen dat het er niet toe deed. Academici, fluisterde hij samenzweerderig, hebben een obsessie met de waarheid. Terwijl een leugen net zoveel waard is als een feit. Ter illustratie las hij een verhaal voor over een uitzonderlijk mooie en getalenteerde vrouw die zich uitsluitend door topsporters liet pakken. Kijk, voegde hij er grijnzend aan toe, dit verhaal is toevallig wel op waarheid gebaseerd. Alleen de namen zijn wat door elkaar gehusseld. Moesten we hem geloven? Eerlijk gezegd interesseerde het mij allang geen biet meer. Het was een fijne voorstelling. Een beetje alsof ik in het theater zat.

Want dat is een van de voornaamste redenen waarom ik naar toneelvoorstellingen ga: om beduveld te worden. Begin deze maand nog zag ik in Grand Theatre Loose promise van Kate Mc Intosh. Zij begon het publiek zodra het licht aan ging uit te leggen hoe haar voorstelling tot stand gekomen was. Op een onhandige, lichtelijk zenuwachtige manier waarvan je je meteen afvroeg of die naturel was of gespeeld. Ze had acht mensen gevraagd haar een brief te sturen, vertelde ze, met daarin de beschrijving van: 1.een gewelddadige gebeurtenis; 2. een herinnering uit hun jeugd, en 3. hun eerste associatie bij de woorden 'groen tapijt'. O ja, of ze er ook nog een foto bij in wilden stoppen van iets waar ze rustig van werden.

De verhalen had ze alle acht verwerkt in haar voorstelling, verzekerde Kate ons. Het was dus een democratische voorstelling. Niet alleen door de regisseur Kate Mc Intosh gemaakt, maar ook door acht mensen die het niet gewend waren om theater te maken. En toch, hoe langer je keek, hoe meer je de indruk kreeg dat Kate de boel aan het regisseren was. De brieven die ze voorlas leken wel blanco. En die acht verhalen kwamen wel erg mooi bij elkaar. Improviseerde ze of was het allemaal ingestudeerd? Waren er ├╝berhaupt ooit brieven geweest? We konden het Kate niet navragen. Na afloop van de voorstelling fladderde ze nog snel even door de foyer om op het balkon een sigaret te roken. En vanaf het balkon fladderde ze weg.

Niet weten waarnaar je zit te kijken, dat is eigenlijk de essentie van theater. Het is vermakelijk. En soms ook verdomde ongemakkelijk. Want het herinnert je eraan dat je eigenlijk de hele dag verneukt wordt. Maar dan: hoe erg is dat? Als je naar de sterrenhemel kijkt word je ook verneukt. Wat je daarboven ziet is lichteeuwen geleden gebeurd. Geordend is het ook bepaald niet. Toch is het een mooi plaatje. Als er een ster valt, doe je een wens. (FOTO: JAN GLAS)

VERAKRANT #



   SLUITEN >>