26.10.2010

MENS IS EEN ZACHTE MACHINE - In 1863 verscheen onder de titel Le peintre de la vie moderne (De schilder van het moderne leven) een serie essays van Charles Baudelaire, de Franse dichter met de sombere oogopslag. De schilder waar Baudelaire op doelt is Constantin Guys, een aquarellist en illustrator die het alledaagse leven in het Parijs van die tijd vastlegde.

Baudelaire vond de tekeningen van Guys een perfecte weergave van de hectiek van de grote stad, waar de industriele revolutie een nieuwe heersersklasse in het zadel had geholpen en het efficiencydenken een dwingend leefritme dicteerde. Voor het eerst was rijkdom in theorie voor Iedereen binnen handbereik, als Iedereen maar hard genoeg werkte. Voor het eerst had de burger haast. En voor het eerst, signaleerde de dichter, droeg hij, ongeacht afkomst of politieke voorkeur, een zwart pak. Het zwarte driedelige pak, dat halverwege de negentiende eeuw in zwang raakte en sindsdien niet meer weg te denken is uit het straatbeeld. Het uniform van de vertegenwoordigers van het moderne leven. Kraaien, zo noemt Baudelaire de kapitalisten; de obligate das als een strop om de nek. Gezellig met z'n allen rennen naar de afgrond. Onmiskenbaar suicidaal.

Meer dan een eeuw eerder, in 1748, voltooide de Franse legerarts Julien Offray de Lamettrie zijn geruchtmakende L'homme machine (De mens, een machine). De Lamettrie had tijdens een veldtocht in Duitsland heftige koortsaanvallen te verduren gekregen waar hij knettergek van werd. Die ervaring bracht hem op de gedachte dat de geest ondergeschikt is aan het lichaam, en de mens aan de materie. Zoals de kraaien van Baudelaire onderdeel zijn van een grote machine die ze zelf in het leven hebben geroepen, maar niet meer stil kunnen zetten. Geld, productie, tijdsdruk. Een lijf dat rennen moet, ook als het niet meer wil.

Als de mens een machine is, dan is hij een zielige machine. In het CBK aan de Trompsingel is momenteel in het kader van de expositie Werkplaats Clash een hele verzameling zielige machines uitgestald. Ze zijn gemaakt door Gerard Eikelboom en Marcel de Vries, a.k.a. Waanzin Producties. Pontificaal middenin de ruimte hangt een hulpeloos kronkelend sculptuur van ruitenwisserarmen waaraan plastiken buizen zijn bevestigd. Op de vloer liggen een stoffer en blik. Als je langs een sensor loopt, beginnen ze rammelend te vegen. Niet dat er wat te vegen valt. En zelfs al was dat zo, het ging er toch allemaal naast. De Vries legt uit wat hij onder kunst verstaat: iets zelf maken waar een ander niet op zit te wachten. Nutteloze machines, in dit geval. Het is iets meer dan een goeie grap. Het is filosofisch. Omdat de essentie van een machine nu juist is dat hij een specifiek doel dient.

Michiel van Dartel, curator bij V2 Institute for the Instable Media (Rotterdam), voorzag Werkplaats Clash op 14 oktober van de nodige context met een lezing over cyborgs in de kunst. Er zijn heel wat kunstenaars die nutteloze machines hebben gemaakt, maar sommigen gaan net een stapje verder dan anderen. Ze willen zelf machines worden, of in elk geval gedeeltelijk. Ja ja, denk je dan, Seven of Nine, wie had er geen natte dromen over. Of Frankenstein, ook een fijne doktersroman. I'll be back en We are Borg. Maar Frankenstein is van 1808, benadrukte van Dartel. De moderne Cyborg ziet er bedrieglijk gewoon uit. Hij liet een foto zien van een kunstenaar die een derde oor in zijn arm liet implanteren, omdat chirurgen het te ver vonden gaan om het op zijn wang te plaatsen.

Allemaal leuk en aardig, riep iemand in het publiek, maar wat nu als de beste man er last van krijgt dat het oor de hele tijd langs zijn dijbeen schuurt. Moeten we het dan goed vinden dat de volgende arts een stuk uit zijn been verwijdert? Waar gaat het heen? Waar houdt het op? De professor in de draagbare technologie dacht even na. De grens ligt bij het eigen lichaam, antwoordde hij. Zolang het ingrepen in het eigen lichaam betreft en er artsen zijn die die ingrepen willen uitvoeren, lijkt mij dat er geen moreel bezwaar bestaat.

Zijn mijn gedachten van mijzelf, of worden ze beheerst door reclamemakers? En als ik bij de strandclub een chip in mijn arm laat implanteren, zeg ik dan: hack mij maar? God is dood, zei Nietzsche. En ook: Wees meester en vormgever van jezelf. Van the American Church of Body Modification had hij nog nooit gehoord.

Verakrant #


   SLUITEN >>