28.08.2010

VALLEN & OPSTAAN - Wat Franse humor is weet Anneke niet. Wel dat ze niet van slapstick houdt. Je hebt een paar domme mannetjes. Ze vallen en ze staan op, totdat ze weer vallen. En nooit geven ze de moed op, en altijd doen ze vreselijk driftig.

* * *


C'EST L'HISTOIRE D'UN MEC - Na bijna een jaar in Grenoble te hebben gewoond, snapte ik nog altijd niets van de Franse humor. Misschien was de Franse humor te subtiel voor mij. Een paar vrienden namen me mee naar een grappige film over een stel Algerijnen met een illegaal naaiatelier. Ze zeiden de hele tijd: nicomouk, wat zoveel bleek te betekenen als: 'neuk je moeder.' Elke keer dat het woord viel, gilde de zaal het uit. Ik lachte ook. Niet om de grap, maar om mijn vrienden die hun buiken vasthielden en trappelden van plezier. Subtiliteit was het probleem niet, wist ik nu.

Later bedacht ik me dat het niet eerlijk was om de Franse humor vast te pinnen op een flauwe film en twintig slechte moppen; ik had thuis een hele boekenkast vol geestige Franse boeken. Slapstick is overal hetzelfde, en of ik nu in Grenoble woonde of op de Noordpool, het zou me altijd blijven vervelen. Je hebt een paar domme mannetjes. Ze vallen en ze staan op, totdat ze weer vallen. En nooit geven ze de moed op, en altijd doen ze of vreselijk driftig. Net als in het echte leven, zegt de slapstickliefhebber; het is een metafoor. Vind ik allemaal prima. Maar dan zou ik het ook enorm op prijs stellen als er es zo'n mannetje omviel om nooit meer op te staan. Da's namelijk ook net als in het echte leven.

In de toneelstukken van Samuel Beckett, die hier eigenlijk niet meetelt omdat hij maar een halve Fransman was, lopen allerlei mannetjes met bolhoedjes rond. Ze proberen van alles en het meeste mislukt, net als bij Laurel en Hardy of Charlie Chaplin. Maar zo droevig als The Tramp kan kijken, zo droevig zijn de mannetjes van Beckett. Ze doen alles tegen beter weten in en met de moed der wanhoop. Ze lossen al een beetje op. Er is niks grappigs aan als zo'n mannetje over een bananeschil struikelt. Het is zelfs niet grappig als hij zich zijn tekst niet meer herinnert. Wel als hij zich wil ophangen, maar er de brui aan geeft omdat het touw te kort is.

Een paar Franse slapstickmannetjes mogen blijven. Monsieur Hulot bij voorbeeld, zonder bolhoed maar voortdurend in gevecht met de elementen van de moderne tijd, omdat hij er niets van begrijpt. Terwijl zijn maker, Jacques Tati, het slapstickgenre naar een hoger plan tilde met vernieuwend camerawerk en eigenaardige geluidseffecten, worstelde Monsieur Hulot met de fax en de sapcentrifuge.

Coluche is ook geen kwaaie. Met zijn afhangende krullen en zijn sullige houding zag Michel Colucci (1944-1986) eruit als een onnozele clown, maar zodra hij zijn mond opendeed deed het pijn. Een goed gekozen contrast tussen vorm en inhoud dat dankzij Coluche's uitgesproken mimiek en stemgebruik zelfs zonder ondertitels nog overeind blijft. In de sketch C'est l'histoire d'un mec (het gaat over een kerel) bij voorbeeld, waar hij met veel omhaal en in nauwelijks verstaanbaar patois een racistische mop vertelt. De xenofobe Franse boer ten voeten uit.

Tot zover die ouwe koeien. Als je vandaag de dag op Google 'humour francais' intikt, komt Remi Gaillard bovenaan de lijst te staan - de Franse Johnny Knoxville. Jackass trok de streep bij zelfkastijding, Gaillard valt anderen lastig. Het liefst figuren met enige autoriteit, en aan zijn kijkcijfers te zien vinden miljoenen mensen dat ontzettend grappig. Op de site nimportequi.com zijn talloze sequenties te zien waarin hij agenten hun bonnenboekjes uit de hand grist, voetballen in openstaande ambulances schiet, verkleed als reuzenslak in een file op het asfalt ligt en staat te trimmen op de lopende band van een kassa. Ieder filmpje sluit af met de klinkende oneliner C'est en faisant n'importe quoi qu'on devient n'importe qui. (Als je zomaar iets doet, word je zomaar iemand).

Nicomouk. De nieuwe volksheld is een nihilist.


VERAKRANT #



   SLUITEN >>