14.01.2010

BEESTENSOEP - Anneke was het allerbangst voor de wolf van Roodkapje in grootmoedervermomming. Daarna volgden alras Mr Hyde, Graaf Dracula en Werewolf. Wat is dat met die figuren met twee gezichten? Ondergetekende zoekt het uit. Tot op de bodem.

* * *

GLORIOUS BASTARDS IV: BEETLEJUICE

Een van de meest gruwelijke en hilarische horrorscenes komt uit Evil Dead 2. Met een kettingzaag ontdoet hoofdpersonage Ash (Bruce Campbell) zich van zijn hand. Die is een eigen leven is gaan leiden en doet er alles aan om het lichaam waaraan hij vastzit om zeep te helpen. Who's laughing now?, brult Ash als hij onder wild gespetter met bietensap de zaag in zijn arm zet. De kijker, in elk geval. En de afgehakte hand ook. Die leeft gewoon verder.

Horror. Het hoeft niet echt te kunnen. Het hoeft niet eens echt te lijken om je de stuipen op het lijf te jagen. Als het maar inspeelt op je meest diepgewortelde angsten. Op een vaag, vormeloos idee van het onoverwinnelijke Kwaad dat sterker is dan alle beschermengelen bij elkaar en dat altijd en overal op de loer ligt. Of op specifiekere persoonlijke obsessies. Spinnen, afgronden, mensenmassa's, het donker. Want eng is lekker. Terwijl je je nagels een voor een afbijt en daarna, vooruit, aan het kussen begint, blijf je stug verder kijken, koortsachtig pagina's omslaan bij het licht van je nachtlamp. Iedereen heeft Psycho en Scream gezien, je kunt de boekhandel niet meer in zonder je door een muur van thrillers heen te worstelen. Onze fascinatie met het allerergste is een melkkoe. Horror, de bloedrode motor.

Mijn favoriete thema binnen het genre is dat van de man met twee gezichten, het een menselijk, het ander beestachtig. Of het nu om een weerwolf gaat of om een vampier, om Dorian Gray of Mr. Hyde, als er van gedaante verwisseld wordt word ik niet goed. Ik denk dat het allemaal begonnen is met Roodkapje. Wat heeft u een grote tanden, grootmoeder. Mijn vader las het ons vroeger voor. Ik heb er geen scherpe herinneringen aan, maar hij moet een bloedstollende interpretatie van de grote boze wolf hebben neergezet. Heel mijn jeugd en tot diep in mijn tienerjaren droomde ik van roedels wolven die me achtervolgden in het Kruisbergse Bos. Mijn vriendjes maakte ik wijs dat er in ons washok een opgezette grijze wolf woonde. Zo een met rode ogen die begonnen te gloeien als je te dicht in zijn buurt kwam.

Later, toen ik intuitief al zo'n beetje begon te begrijpen waar die sprookjes helemaal over gaan, kregen de wolven in mijn dromen menselijke trekjes. Het werden mannen, om precies te zijn. Een jongen uit mijn klas die tijdens een concert de hoed van Michael Jackson had gevangen vertelde me over zombies en weerwolven. Ik stelde me hem direct voor als de king of pop in zijn roodleren motorpak. Thriller. De geschiedenisleraar die over de Minotaurus vertelde veranderde voor mijn ogen in een briesende stier, en als de maan rond aan de hemel stond voelde ik aan de hoektanden van mijn broertje. Zie je wel. Alarmerend gegroeid.

Personages die van gedaante verwisselen zijn onbetrouwbaar. Je weet nooit met wie van de twee je nu weer te maken hebt. Is het licht of donker, de mens of het monster? Een film die knap met die onzekerheid speelt is Mary Reilly (1996). Regisseur Stephen Fry koos ervoor om het Dr. Jeckyll & Mr. Hyde-verhaal te vertellen vanuit het perspectief van de huishoudster van Dr. Jeckyll. Mary (Julia Roberts) is gebiologeerd door haar meester (John Malkovitch) en vice versa. De twee delen iets wat Mary, die nogal een rotjeugd heeft gehad, ergens omschrijft als a dark space in me. Met dat verschil dat Jeckyll door zijn gemorrel aan de codes van goed en kwaad geen enkele controle meer heeft over zijn duistere kant. Sterker nog, de hitsige, moordlustige Hyde neemt het steeds vaker over van de bedeesde Jeckyll.

Fry's oplossing voor het hele gedoe met de gedaanteverwisselingen die eerdere verfilmingen van het verhaal wat flauw dreigden te maken is simpel doch effectief: er komt geen grime of special effect aan te pas. Het monsterlijke acteertalent van Malkovitch, die er als Jackyll (grijs, sikje) ouder en gereserveerder uitziet dan Hyde (woest golvende manen), doet je zonder meer geloven dat er werkelijk twee verschillende geesten in een lichaam wonen. De een is heimelijk verliefd op de huishoudster, de ander fluistert smerige dingen in haar oor en steekt op de koop toe zijn tong nog even naar binnen. Pretty woman was nog nooit zo ver weg. Een vale, muizige Julia Roberts doet haar ogen dicht en bezwijkt.

Duister en heerlijk melodramatisch is ook de slotscene waarin Hyde zichzelf en Dr. Jeckyll vergiftigt om Mary uit haar slavernij te bevrijden: I always knew you'd be the death of us. Fry was zo vrij een snufje Bram Stoker toe aan het verhaal van Robert Louis Stevenson (1886) toe te voegen. Wie was dat ook weer, die alle vrouwen kon bijten behalve een? O ja, graaf Dracula. Maar waar de dode Dracula in Coppola's verfilming van Bram Stoker weer mooi en jong wordt, verandert Dr. Jeckyll na zijn dood weer in Hyde. Met een gemene, onuitwisbare grijns om zijn lippen. Geintje van de duivel. Denk maar niet dat je me te slim af bent, sterveling.

Weerwolven en vampieren hebben iets zieligs. Ze weten dat ze fout zijn, maar ze kunnen het niet helpen. Ze zijn overgenomen door het kwaad, gedoemd om in het duister te leven. Op bijna niks. Nou ja, op bloed dan. Bietensap.


VERAKRANT #24

   SLUITEN >>